Sneltesten alléén verlagen antibioticagebruik voor luchtweginfecties niet
Point-of-care testen in de huisartsenpraktijk leiden op zichzelf waarschijnlijk niet tot minder antibioticavoorschriften bij luchtweginfecties. Dat blijkt uit een internationale studie onder leiding van het UMC Utrecht en de Universiteit van Oxford. Volgens de onderzoekers zijn zulke testen alleen effectief in antimicrobiele stewardship als ze onderdeel zijn van een bredere aanpak om antibioticagebruik te verminderen.
De resultaten komen uit de PRUDENCE trial, gepubliceerd in The Lancet Primary Care. In dit grote Europese onderzoek deden 2.639 patiënten uit 13 landen met hoestklachten of keelpijn mee, wanneer hun huisarts overwoog antibiotica voor te schrijven. De helft van de patiënten kreeg de gebruikelijke zorg, voor de andere helft werd daarnaast een point-of-care teststrategie ingezet met een CRP-test, een streptokokkentest A test en/of een influenza test. Deze testen worden gezien als een snelle oplossing om het voorschrijven van antibiotica voor luchtweginfecties te verminderen. Luchtweginfecties worden meestal door virussen veroorzaak en een behandeling met antibiotica is daarom niet op z’n plaats.
De verwachting was dus dat de inzet van deze testen het voorschrijven van antibiotica zou verminderen. Maar dat bleek niet het geval. In de groep met de teststrategie kreeg 45,7 procent antibiotica voorgeschreven, tegenover 47,1 procent in de groep met alleen gebruikelijke zorg, een statistisch niet significant verschil. Ook het herstel van patiënten was in beide groepen vergelijkbaar.
Om beter te begrijpen waarom de teststrategie het voorschrijven van antibiotica niet verminderde, interviewden de onderzoekers 33 huisartsen in zes landen. Uit deze resultaten, gepubliceerd in hetzelfde vakblad, bleek dat huisartsen testresultaten vaak gebruikten om een beslissing die ze al hadden genomen te bevestigen. Als hun klinische oordeel wees op een ernstiger of bacteriële infectie, gaven ze dat oordeel vaak meer gewicht dan de testuitkomst. Ook andere factoren speelden een rol bij de beslissing om antibiotica voor te schrijven en de testuitkomst te negeren, zoals verwachtingen van patiënten, twijfel over de betrouwbaarheid van de test, onvoldoende bewijs dat handelen naar de testuitkomst voldoende veilig is, en culturele gewoonten rond antibiotica.
Volgens onderzoeker en eerste auteur dr. Alike van der Velden (Afdeling Huisartsgeneeskunde, UMC Utrecht) zou de inzet van point-of-care-tests kunnen helpen, maar alleen als ze deel uitmaken van een bredere strategie.
“Point-of-care testen zijn geen snelle oplossing om het voorschrijfgedrag van de huisarts te veranderen. Hun implementatie moet worden gecombineerd met nascholing voor huisartsen, duidelijke richtlijnen en informatie welke patiënten te testen en hoe de testuitkomst te integreren in het uiteindelijke beleid, en toch ook patiënten blijven informeren over schadelijke effecten van onnodig antibioticagebruik.”
De onderzoekers concluderen dat diagnostische testen toegevoegde waarde kunnen hebben, maar alleen effectief zijn als ze worden ingezet samen met nascholing, duidelijke richtlijnen en betere communicatie tussen arts en patiënt.
Publicaties
- Velden A van der, Coenen S, Harper E, et al. Point-of-care testing strategy versus usual care to safely reduce antibiotic prescribing for acute respiratory tract infections in primary care (PRUDENCE): a pragmatic, randomised controlled trial in 13 countries. Lancet Primary Care March 4, 2026.
- Wanat M, Hoste ME, Anastaki M, et al. Clinician and patient experiences with point-of-care testing for acute respiratory infections in primary care: a process evaluation of the PRUDENCE trial. Lancet Primary Care March 4, 2026.
- Plate A, Senn O. Editorial: Point-of-care testing to support antimicrobial stewardship: contextualized strategies are needed. Lancet Primary Care March 4, 2026.