Geen verband tussen dieet van de moeder tijdens borstvoeding en eczeem of voedselallergie bij baby’s
Uit onderzoek binnen het PRIMA-geboortecohort blijkt dat het dieet van moeders tijdens de borstvoedingsperiode geen verband heeft met het ontstaan van eczeem of voedselallergieklachten in het eerste levensjaar van hun kind. Dat concludeert promovendus Anneke Hellinga (UMC Utrecht) in haar proefschrift. Borstvoeding en gezonde voeding blijven wel belangrijk vanwege andere gezondheidsvoordelen.
De eerste 1.000 dagen van een kind – van de zwangerschap tot het tweede levensjaar – zijn bepalend voor groei en ontwikkeling. In deze periode ontwikkelen organen, stofwisseling en het immuunsysteem zich verder en wordt het darmmicrobioom opgebouwd. Voeding speelt hierbij een belangrijke rol. Over voeding tijdens de zwangerschap is al veel bekend. Maar of de voeding van een moeder tijdens de borstvoeding invloed heeft op het risico op allergieën bij haar baby, was nog onvoldoende onderzocht. Anneke Hellinga, onderzoeker bij het Center for Translational Immunology van het UMC Utrecht, bestudeerde dit binnen het PRIMA-geboortecohort. In deze studie worden meer dan 1.000 moeder-kindparen uit de regio Utrecht gevolgd. Voor dit onderzoek werden de voedingsgegevens van 272 moeders gekoppeld aan de gezondheid van hun baby in het eerste levensjaar.
Geen verband met eczeem of voedselallergie
Eerder onderzoek liet zien dat bepaalde voedingsstoffen, zoals omega 3-vetzuren, terug te vinden zijn in moedermelk. Hellinga onderzocht daarom of voeding tijdens de borstvoeding – waaronder omega 3-vetzuren, vezels en allergene producten zoals ei, melk en noten – samenhangt met eczeem of voedselallergieën bij baby’s. Uit de analyses blijkt dat:
- Het voedingspatroon van moeders in de eerste maanden na de bevalling relatief stabiel is, ongeacht of zij borstvoeding geven of weer aan het werk gaan.
- Het volgen van voedingsrichtlijnen geen verband laat zien met het risico op eczeem of voedselallergie bij het kind.
- Ook de inname van omega 3-vetzuren of allergene voedingsmiddelen niet samenhangt met deze klachten.
De belangrijkste voorspeller voor het ontwikkelen van eczeem of voedselallergie bleek een familiegeschiedenis van allergieën. Dit sluit aan bij eerder onderzoek.
Genetica speelt belangrijke rol
Hellinga onderzocht ook zogenoemde humane melk-oligosachariden (HMO’s): complexe suikers in moedermelk die het immuunsysteem ondersteunen. De hoeveelheid van een specifiek type HMO (zogenaamde gefucosyleerde HMO’s) bleek niet afhankelijk van de vezelinname van de moeder, maar vooral bepaald te worden door haar genetische aanleg. Laboratoriumonderzoek suggereert bovendien dat zowel de genetische achtergrond van de moeder als die van het kind invloed kan hebben op hoe het immuunsysteem reageert op deze suikers.
Dit wijst erop dat genetica mogelijk een grotere rol speelt bij allergieontwikkeling dan voeding tijdens de borstvoedingsperiode.
Geen aantoonbaar effect in het eerste levensjaar
De belangrijkste conclusie van het proefschrift is dat veranderingen in moedermelk door voeding waarschijnlijk niet groot genoeg zijn om in het eerste levensjaar meetbare invloed te hebben op het ontstaan van eczeem of voedselallergieën. Anneke Hellinga zegt: “Wij vonden geen verband tussen het voedingspatroon van moeders tijdens de borstvoeding en eczeem of voedselallergieklachten in het eerste levensjaar van hun kind. Dat betekent niet dat voeding onbelangrijk is. Borstvoeding en gezonde voeding blijven essentieel voor veel andere gezondheidsvoordelen. Meer onderzoek is nodig om beter te begrijpen hoe verschillende factoren samen het risico op allergieën beïnvloeden.”
PRIMA-geboortecohort
PRIMA (Protecting against Respiratory tract Infections through human Milk Analysis) is een grootschalige, prospectieve studie in Nederland onder 1.000 moeder-kindparen. Onderzoekers analyseren in een publiek-private samenwerking moedermelk op onder andere antistoffen, T-cellen, oligosachariden en extracellulaire blaasjes. Het doel is om beter te begrijpen welke bestanddelen van moedermelk beschermen tegen luchtweginfecties en allergieën. De belangrijkste uitkomstmaat is het aantal luchtweginfecties waarvoor medische hulp is gezocht. Daarnaast wordt gekeken naar door artsen vastgestelde infecties en allergieën in het eerste levensjaar.
Promotie
Anneke Hellinga, MSc (1996, Leeuwarden) verdedigde haar proefschrift op 12 februari aan de Universiteit van Utrecht. De titel van het proefschrift was “Je bent niet wat je moeder eet – maternaal dieet tijdens lactatie.” Promotoren waren prof. dr. Louis Bont (Afdeling Kindergeneeskunde, UMC Utrecht), prof. dr. Aletta Kraneveld (Afdeling Farmacologie, Universiteit van Utrecht) en prof. dr. Jeanette Leusen (Centrum voor Translationele Immunologie, UMC Utrecht). Copromotor was dr. Belinda van ‘t Land (Centrum voor Translationele Immunologie, UMC Utrecht en het Danone Onderzoeks- en Innovatiecentrum, Utrecht). Anneke Hellinga werkt als postdoctoraal onderzoeker bij de Universiteit van Utrecht, in nauwe samenwerking met het PRIMA cohort (gecoördineerd door UMC Utrecht) en het Instituut voor Agrochemie en Voedseltechnologie (onderdeel van het Spaanse Nationale Onderzoeksinstituut, Valencia).