Eierstokkanker
Bij eierstokkanker zit er een kwaadaardig gezwel (een tumor) bij een van de eierstokken.
Symptomen uitklapper, klik om te openen
In het begin van de ziekte zijn er vaak geen of nauwelijks klachten. Dat komt doordat de eierstokken los in de buikholte liggen. Hierdoor wordt eierstokkanker vaak pas in een later stadium ontdekt.
Mogelijke klachten zijn:
- vage buikpijn
- een opgeblazen gevoel
- misselijkheid
- verstopping
- vaker plassen dan normaal
- een dikkere buik, soms door extra vocht in de buikholte (ascites)
- extreme vermoeidheid
- gewichtsverlies
Oorzaken uitklapper, klik om te openen
Wat is eierstokkanker?
Bij eierstokkanker begint de ongeremde celdeling in de eierstokken. Er kan dan een kwaadaardig gezwel (een tumor) ontstaan. Kwaadaardig betekent:
- de kankercellen kunnen door ander lichaamsweefsel heen groeien;
- de kanker kan zich door het lichaam verspreiden via bloed en lymfevaten (uitzaaien).
Er zijn verschillende soorten eierstokkanker. De meest voorkomende vorm van eierstokkanker is sereuze kanker. Deze vorm ontstaat in de buitenste laag cellen van de eierstok. Die laag heet het epitheel. Sereuze kanker valt daarom onder de zogenoemde epitheliale tumoren. Naast sereuze kanker zijn er ook zeldzamere vormen van eierstokkanker waarvoor soms een andere behandeling nodig is. Daarom is het belangrijk om precies te weten om welk type eierstokkanker het gaat.
Soms blijkt uit weefselonderzoek dat het om een borderlinetumor gaat. Een borderlinetumor is, zoals de naam al zegt, een tumor op de grens tussen goedaardig en kwaadaardig. Onder de microscoop zien de tumorcellen er kwaadaardig uit, maar meestal gedragen ze zich goedaardig. Daarom is een operatie vaak de enige behandeling die nodig is. In de meeste gevallen zijn patiënten daarna genezen.
Soms komt de borderlinetumor terug. Dan is meestal opnieuw een operatie nodig.
Wie kan eierstokkanker krijgen?
Elke vrouw kan eierstokkanker krijgen. Per jaar krijgen in Nederland ongeveer 1.200 vrouwen te horen dat zij eierstokkanker hebben. Het kan op elke leeftijd ontstaan, maar treedt het meest op tussen de 50 en de 70.
Oorzaken eierstokkanker
De rol van de eisprong
Bij de meeste vrouwen is de oorzaak van eierstokkanker niet bekend. Soms is de ziekte erfelijk. Eierstokkanker komt vaker voor bij vrouwen die geen kinderen hebben gekregen of weinig kinderen hebben gekregen.
Door meerdere zwangerschappen lijkt de kans op eierstokkanker kleiner te worden. Ook het gebruik van de anticonceptiepil verlaagt het risico. Het voorkómen van een eisprong, lijkt dus een beschermende werking te hebben.
Erfelijkheid
Bij ongeveer 5 tot 10 procent van de mensen is erfelijkheid de oorzaak van eierstokkanker. Er zijn meerdere ziektes bekend die een erfelijke vorm van eierstokkanker (kunnen) veroorzaken. De meest voorkomende zijn:
- erfelijke borst-en eierstokkanker (in de familie komt ook borstkanker voor)
- het Lynch syndroom (voorheen HNPCC) (in de familie komt ook darmkanker voor)
Elke patiënte met bewezen eierstokkanker komt in aanmerking voor genetisch onderzoek. Uw arts zal u voor een erfelijkheidsonderzoek verwijzen naar de klinisch geneticus.
Onderzoek en diagnose uitklapper, klik om te openen
Een aantal onderzoeken kan uitwijzen of u eierstokkanker hebt. Vaak voeren we een combinatie van deze onderzoeken uit. Voorbeelden hiervan zijn:
Vaginaal onderzoek
De gynaecoloog brengt een speculum (een spreider of ‘eendenbek’) in de vagina. Zo kan hij de vagina en baarmoedermond zien. Daarna voelt de gynaecoloog met een of twee vingers in de vagina en legt de andere hand op uw buik. Op deze manier krijgt de arts een indruk van de ligging en de grootte van de organen onder in de buik, waaronder de eierstokken.
Bloedonderzoek
Bij een bloedonderzoek kijken we onder andere naar de hoeveelheid CA125 in het bloed. Eierstokkankercellen kunnen deze stof aanmaken en afgeven aan het bloed. Bij ongeveer 80% van de vrouwen met eierstokkanker, is het CA125 verhoogd.
Vaginale echografie
Met geluidsgolven brengen we de eierstokken, de baarmoederhals en de baarmoeder nauwkeurig in beeld. De arts kan dan zien of er afwijkingen zijn.
Aanvullende onderzoeken
Na diagnose van eierstokkanker kunnen we nog vervolgonderzoeken uitvoeren. Daarmee bepalen we in welk stadium de eierstokkanker is. Het stadium geeft aan hoe ver de tumor is doorgegroeid. En of er uitzaaiingen zijn. We kunnen de volgende onderzoeken uitvoeren:
- Röntgenfoto’s van het hart en de longen.
- Een CT-scan om organen en weefsels heel precies in beeld te krijgen.
- Een Ascitespunctie. Bij vrouwen met eierstokkanker zit er vaak veel vocht (ascites) in de buik. We kunnen dit vocht met een naald uit de buik nemen en onderzoeken op de aanwezigheid van kankercellen.
De diagnose
Alle uitslagen worden door een multidisciplinair team besproken. Dit team bestaat onder andere uit de gynaecoloog oncoloog, de radiotherapeut, de medisch oncoloog, de radioloog, de patholoog, de verpleegkundig specialist en/of de oncologie verpleegkundige. Zij geven op basis van de onderzoeksgegevens een behandeladvies, wat daarna zo snel mogelijk met u besproken wordt.
DNA-Onderzoek bij kanker en erfelijkheid
Behandeling uitklapper, klik om te openen
Eierstokkanker kunnen we op verschillende manieren behandelen. De behandeling van eierstokkanker hangt af van het stadium de ziekte.
Curatieve behandeling
Een curatieve behandeling is een behandeling die als doel heeft u te genezen. Er zijn verschillende manieren om eierstokkanker te behandelen. Soms gebruiken we één manier, soms een combinatie. Voorbeelden van curatieve behandelingen zijn:
Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling met medicijnen. De medicijnen maken de kankercellen kapot.
Operatie
Het komt vaak voor dat we eierstokkanker behandelen met een operatie (een chirurgische ingreep). Er zijn twee soorten operaties.
Stadiëringsoperatie
Met deze operatie bepaalt de arts in welk stadium de kanker is. Als dat duidelijk is, kan hij direct besluiten om bepaalde organen en weefsels te verwijderen (de baarmoeder, beide eierstokken, het lymfeklierweefsel langs de bekkenvaten en de grote lichaamsslagader en het vetschort dat voor de darmen ligt). Op verschillende plaatsen in de onder- en bovenbuik worden stukjes weefsel (biopten) voor onderzoek weggenomen. De operatie wordt vaak gevolgd door een behandeling met chemotherapie.
Debulkingsoperatie
Als er ook buiten de eierstokken duidelijk kankerweefsel aanwezig is, proberen we tijdens de operatie al het afwijkende weefsel te verwijderen. Dit noemen we een debulkingsoperatie. Tijdens deze operatie verwijderen we beide eierstokken, de baarmoeder en het vetschort. Soms is het ook nodig om een deel van de darm of ander orgaan weg te nemen. In dat geval kunt u een (tijdelijk) stoma krijgen. Soms wordt pas tijdens de operatie duidelijk dat het tumorweefsel te groot is om weg te halen. Dan wordt de operatie tussentijds stopgezet. We proberen de tumor dan met chemotherapie te verkleinen. Als dat lukt, opereren we alsnog.
Controles
Na de behandeling komt u twee jaar lang een paar keer terug voor controle bij de arts. In het eerste jaar is dat vier keer. Tijdens deze controles bespreekt de arts hoe het met u gaat en doet hij of zij een lichamelijk onderzoek. We letten vooral op of de ziekte terugkomt of is uitgezaaid.
Palliatieve behandeling
Soms is genezing van eierstokkanker niet meer mogelijk. Dat wil niet zeggen dat de behandeling dan stopt. We behandelen dan verder met een nieuw doel: zo lang mogelijk leven met een goede kwaliteit. We noemen dat een palliatieve behandeling. Voorbeelden zijn:
- Palliatieve chemotherapie
- Radiotherapie (bestraling)
- Een palliatieve operatie om (delen van) het tumorweefsel weg te halen
Afzien van behandeling
Een behandeling kan bijwerkingen met zich meebrengen. Het kost bovendien tijd en energie om naar het ziekenhuis te komen. Het is dus altijd de vraag of de voordelen opwegen tegen de nadelen. Een moeilijke afweging, want u weet van tevoren niet zeker hoe goed de behandeling zal werken. En ook niet hoeveel bijwerkingen u zult krijgen. Uw arts bespreekt dit met u.
Lymfoedeem
Door de behandeling kan de afvoer van lymfevocht minder goed werken. Dat kan gebeuren na een operatie, maar ook na bestraling. Lymfoedeem kan ook ontstaan door uitzaaiingen van kanker. Die kunnen het lymfesysteem beschadigen en ‘verstoppen’.
Bij lymfoedeem kunnen uw benen vanaf de liezen dikker worden. Dat komt doordat het lymfevocht zich ophoopt. Pas als het vocht een andere weg vindt, kan de zwelling minder worden.
Lymfoedeem gaat niet altijd vanzelf over. Het is belangrijk dat u zwelling serieus neemt. Neem contact op met uw arts of bespreek uw klachten tijdens een controle.
Lymfoedeem kunt u zien en/of voelen. Vaak begint het met een zwaar of gespannen gevoel in uw been, buik of schaamstreek. De huid kan warmer aanvoelen. U kunt ook pijn, tintelingen of een strak of moe gevoel hebben. Na een tijdje kan uw been, buik of schaamstreek dikker worden. Soms wordt de huid wat rood, maar in het begin is deze meestal bleek.
Geneeskansen
Na een behandeling voor kanker wordt vaak gesproken over een periode van vijf jaar. Als iemand vijf jaar ziektevrij is, is de kans groot dat de ziekte wegblijft. Toch is het moeilijk om precies te zeggen wanneer iemand volledig is genezen. Eierstokkanker geeft in het begin vaak weinig klachten. Daardoor wordt de ziekte vaak pas in een later stadium ontdekt. De kans op genezing is groter als de ziekte in een vroeg stadium wordt gevonden.
De zogenaamde vijfjaarsoverleving verschilt sterk per stadium en per type tumor. Van alle vrouwen met eierstokkanker geneest ongeveer 35 procent. Als de ziekte in een heel vroeg stadium wordt ontdekt, is de kans op genezing groter.
Wat u voor uw eigen toekomst mag verwachten, bespreekt u het beste met uw behandelend gynaecoloog en medisch oncoloog. Cijfers en percentages gaan over grote groepen patiënten. Ze zeggen niet altijd iets over uw persoonlijke situatie.
Emotionele gevolgen
De boodschap: ‘u hebt kanker’ is vaak verpletterend. Alles is ineens anders: toekomst, gezinsleven, werk, gedachten … Het is logisch dat het evenwicht in uw bestaan verstoord is. En dat dat een tijd duurt, zelfs als u met succes behandeld bent. Veel mensen ondervinden belangrijke steun van hun familie en vrienden. En van hun behandelende arts en verpleegkundigen. Toch is het heel normaal om een beroep te doen op extra ondersteuning buiten uw eigen kring.
Meer weten uitklapper, klik om te openen
Voor uitgebreide informatie over dit ziektebeeld kunt u de patiëntfolder doornemen.
Wat hoort er bij dit ziektebeeld
- Polikliniek Gynaecologie
- Verpleegafdeling Gynaecologie (C5 west)
- Verpleegafdeling Dagbehandeling Medische oncologie
- Verpleegafdeling Medische oncologie (B2 west)
Relevante websites
Zorgkosten
Meer over zorgkostenContact uitklapper, klik om te openen
Hebt u vragen over uw afspraak of behandeling?
Polikliniek Gynaecologische oncologie
De polikliniek is op werkdagen bereikbaar van 8.00 tot 17.00 uur.