- Via de receptie wordt u doorverwezen naar de juiste wachtruimte
- De laborant haalt u op in de wachtruimte en brengt u naar de kleedkamer
- Met de laborant gaat u naar de MRI scanner waar u de laatste instructies krijgt
- Het is belangrijk om zo stil mogelijk te liggen tijdens het onderzoek zodat de beelden van optimale kwaliteit zijn.
- U kunt contact opnemen met de laborant via een bel en microfoon.
- U krijgt oordoppen in om u te beschermen tegen het lawaai van de MRI-scanner.
U gaat op uw buik op de onderzoekstafel liggen. Voor de punctie wordt de borst, waarin de afwijking is geconstateerd, tussen twee plaatjes samengedrukt. De MRI-laborant bedient de MRI-scanner vanuit een kamer naast de onderzoeksruimte. Vanuit deze ruimte heeft de laborant door een raam zicht op u en het apparaat. De laborant maakt de beelden. Aan de hand van deze beelden berekenen de radioloog en laborant de punctieplaats. Dit duurt een aantal minuten.
Nadat de berekeningen gemaakt zijn, schuift de laborant u uit de MRI-scanner. De radioloog verdooft met een injectie de borst op de plaats van de punctie, maakt een klein sneetje in de huid en plaatst de punctienaald.
Vervolgens vervangt de radioloog de naald door een kunststof staafje. De laborant schuift u terug in de MRI-scanner en maakt opnieuw beelden van de borst zodat de radioloog de positie van het staafje kan controleren.
Soms zit het staafje niet goed dan wordt het onderzoek herhaald, totdat het goed zit.
Als de positie van het staafje goed is, neemt de radioloog door de holle naald stukjes weefsel uit de borst. Na afloop plaatst de radioloog een marker in de borst op de plek waar het weefsel is weggenomen. Bij een eventuele operatie helpt de marker de chirurg bij het vinden van de juiste locatie. Als een operatie niet nodig is, blijft de marker in de borst aanwezig. Dit is geen probleem voor het lichaam. Na het plaatsen van de marker wordt het wondje verzorgd en is het onderzoek klaar.