Jannie Wijnen is per 1 maart 2026 benoemd tot hoogleraar ‘Hoge precisie MRI beeldvorming’ aan het UMC Utrecht. Haar leerstoel richt zich op het integreren van precisie MRI-beeldvorming in de klinische praktijk.
Er zijn meerdere geavanceerde beeldvormende technieken die worden gebruikt om de binnenkant van het lichaam in beeld te brengen, zonder te opereren. Zo zijn er onder andere echografie, röntgenonderzoek, de CT-scan en de MRI-scan. Een MRI-scan geeft vooral informatie over de zachte delen van je lichaam. Zoals je spieren, pezen, hersenen en andere organen. Een MRI-scan kan afwijkingen in het lichaam zichtbaar maken die met een CT-scan of röntgen niet altijd zichtbaar zijn. Bijvoorbeeld tumoren, ontstekingen, infecties of weefselschade. Artsen en onderzoekers gebruiken deze informatie om ziekten op te sporen of om het effect van een behandeling te beoordelen. De afgelopen tien jaar is MRI ook aanzienlijk verbeterd in het zichtbaar maken van metabole en fysiologische processen.
Waar gaat de leerstoel over?
“Mijn onderzoek is gericht op het in beeld brengen van stofwisselingsprocessen in het lichaam. We hebben daarvoor veel nieuwe MRI-hardware ontwikkeld, waarmee we kijken naar dynamische stofwisselingsprocessen in het hele lichaam, dat is uniek in de wereld. We kijken bijvoorbeeld naar de opname en omzetting van glucose, om energie te produceren. Daarnaast zijn er heel veel ontwikkelingen op het gebied van machine learning en AI die heel goed toepasbaar zijn op MRI-data om de beeldkwaliteit te verbeteren.”
Jouw profiel voor dit hoogleraarschap, kun je dat uitleggen?
“Mijn hoogleraar profiel is Methodology & Technology Researcher. Daarvoor moet je beschikken over de expertise, methodologieën en apparatuur om onze faciliteiten te innoveren en vervolgens nieuwe technieken in te kunnen zetten in de zorg. Dit sluit exact aan bij wat ik samen met mijn team doe. Om impact te kunnen maken voor de patiënt en het zorgsysteem moet je fundamentele kennis kunnen omzetten in praktische toepassingen.”
Hoe is het voor jou om samen te werken met andere disciplines?
“Ik ben biomedisch ingenieur en ik ben nieuwsgierig van aard. Ik werk veel samen met artsen. Zij komen vaak met een interessante vraag, waar ik dan samen met hen het antwoord op wil vinden. Bijvoorbeeld als het gaat om de neuromusculaire ziekte ALS. Henk-Jan Westeneng, een arts die patiënten met ALS behandelt, vraagt bijvoorbeeld of we GABA en glutamaat kunnen meten in specifieke hersengebieden van hun patiënten. Deze twee stofjes zorgen voor een goede balans tussen activiteit en rust in de hersenen. De neurologen vermoeden dat veranderingen in deze stoffen samenhangen met het ziektebeloop. Ik denk graag mee over hoe we dit met MRI kunnen onderzoeken, met onze nieuwe methoden en een MRI-protocol dat het beste aansluit bij de onderzoeksvraag.”
Werk je ook samen met de buren op het Utrecht Science Park?
“Ik streef ernaar de MRI-onderzoekers in het Prinses Máxima Centrum, WKZ en UMC Utrecht te verbinden, en om kennis te delen zodat er een sterkere samenwerking ontstaat. Veel MRI-methoden worden ontwikkeld en getest op volwassenen. Maar samen met collega’s streef ik ernaar om de nieuwste diagnostische methoden (MRI) ook in te zetten in wetenschappelijk onderzoek en klinische zorg bij kinderen. Ik werk bijvoorbeeld samen met Evita Wiegers en Manon Benders, hoogleraar Neonatologie om gedetailleerder onderzoek naar hersenontwikkeling en hersenschade bij pasgeborenen mogelijk te maken.
Schade aan de hersenen, bijvoorbeeld door zuurstoftekort bij de geboorte, wordt vaak ontdekt met een MRI-scanner. Bij baby’s gebruiken we voor dit onderzoek een MRI-scanner met de sterkte van 3 Tesla of lager. Maar hoe sterker de scanner (gemeten in Tesla) hoe meer artsen kunnen zien op de beelden. Omdat er wereldwijd nooit eerder MRI-onderzoek met zo’n krachtige 7 Tesla MRI-scanner bij pasgeborenen is gedaan, moest eerst de veiligheid worden aangetoond. Samen met de neonatologen hebben we alle kennis in huis om zelf te onderzoeken en te bewijzen dat het veilig is. En dat hebben we dus heel zorgvuldig stap voor stap gedaan, en nu kan er dus ook in deze heel jonge populatie gebruik gemaakt worden van alle extra gevoelige en specifieke beeldvormingstechnieken die 7 Tesla MRI te bieden heeft.”
Wat hoop je de komende vijf jaar met de leerstoel te bereiken?
“Ik wil de Precision Imaging-groep verder ontwikkelen tot een duurzaam MRI-innovatieprogramma binnen het UMC Utrecht, bijvoorbeeld door nieuwe samenwerkingen aan te gaan, onder andere met Philips en de TU Eindhoven. Over 5 jaar zou ik graag zien dat onze recent ontwikkelde MRI methoden worden gebruikt in klinisch onderzoek en de klinische praktijk en dat we intussen de grenzen van MRI beeldvorming blijven verleggen om de diagnostiek nog preciezer, sneller en robuuster te maken. Ik wil de innovatieve MRI-technieken gebruiken voor betere diagnostiek en het voorspellen van behandelingsresultaten bij kinderen met stofwisselingsziekten en kanker.”
De oratie van Jannie Wijnen is op 11 maart 2027.